Justus geschiedenis

Ontwerp
Brinkmans ontwerp was een vooruitstrevende oplossing voor de problemen van het wonen in de grote stad: ruimtegebrek (kleine woningen) en gestapelde woningbouw (met acht gezinnen op één trap). Door veel voorzieningen te centraliseren, zoals wassen, drogen, strijken en verwarming, werd ruimte in de woningen gewonnen. Door de introductie van de ‘bovenstraat’ in de vorm van een galerij had elke bewoner zijn voordeur aan de openbare weg.

Niet iedereen is gelukkig met het ontwerp. Sommige Rotterdamse gemeenteraadsleden maken bezwaar tegen de gedwongen collectiviteit, zoals de gezamenlijk te gebruiken voorzieningen. Zij zien dit als ongewenst en in strijd met de onafhankelijke Nederlandse geest. Ook de brede galerij en de on-Hollandse platte daken zorgen voor enige opschudding. Die zouden maar ruzies en zedeloosheid in de hand werken. Na een fel debat wint de sociaaldemocratische wethouder Heykoop, een fervent voorstander, in 1920 het pleidooi. Met 30 stemmen voor en 11 tegen wordt het aangenomen in de gemeenteraad en kan de bouw beginnen.

De bouw
De bouw van Justus van Effen begon in 1921. Na het heien van vele houten palen werden, op een basis van betonnen kelders onder de woningen, de gemetselde bouwmuren opgetrokken en de houten vloeren en daken gelegd. De betonnen galerijvloer op de tweede verdieping is in het werk gestort. Eind 1922 werd het gebouw met 264 woningen opgeleverd.
Architect Michiel Brinkman zag het woonblok als een experiment, stelde hij kort na de oplevering. Hij hoopte dat de toekomstige bewoners er wat prettiger zouden wonen dan gewoonlijk in dichtbevolkte stadswijken mogelijk was. Het zou afhangen van het gedrag van de bewoners, of het de moeite waard was deze eerste proef te laten volgen door een tweede. Waarbij dan van de vele ervaringen, met dit eerste blok opgedaan, gebruik kon worden gemaakt. Dat vervolg kwam er niet. Brinkman overleed in 1925, nog geen drie jaar na de voltooiing van het Justus van Effengebouw.

Justus geschiedenis overzicht

Renovatie jaren’80
Tussen 1983 en 1985 is Justus van Effen grootschalig gerenoveerd. Dit gebeurde in het kader van de Rotterdamse stadsvernieuwing. Na meer dan 60 jaar voldeden de woningen niet meer aan de eisen van de tijd. Ze waren te klein en verkeerden in een slechte bouwkundige staat. De bovenstraat, de brede galerij van gewapend beton was poreus geworden en aangetast. Het badhuis was in onbruik geraakt en gesloten. Ook de gevels waren er slecht aan toe. Het voegwerk was beschadigd en de bakstenen waren sterk vervuild.

Tijdens de renovatie zijn kleine woningen horizontaal samengevoegd tot grotere woningen. De betonnen galerij werd geheel vervangen en het badhuis werd, door de aanleg van badkamers, na de renovatie gebruikt als kinderdagverblijf. Alle ingrepen werden zo gekozen dat ze het oorspronkelijke karakter van het woonblok zo min mogelijk zouden aantasten. Desondanks kunnen enkele beslissingen, genomen in deze door geldgebrek en bezuinigingen beheerste jaren, als ongelukkig worden bestempeld. Zo is de gevel aan de binnenzijde witgeverfd, doordat er door reiniging en reparatie van de baksteengevel grote kleurverschillen waren ontstaan. Ook zijn houten kozijnen en boeiboorden vervangen door kunststof en aluminium. Het oorspronkelijke beeld werd hiermee ernstig aangetast. In 1985 werd het markante gebouw aan de Justus van Effenstraat tot Rijksmonument benoemd.