Direct Regelen

Vragen

Aanbod

Artikelen

Informatie & regelen

Over woonstad

landingpages-title

Populair

We konden helaas geen resultaten vinden voor '{{query}}'

Zoektips

  • Controleer de spelling
  • Kies een ander zoekwoord
  • Type in losse woorden 

Bijzonder bezit 2: De dansende huizen van Woonstad Rotterdam

Maria Molenaar en Francine Houben wandelen door de tuinstad Ringvaartplasbuurt-Oost
11 augustus 2021
Verbouwen en onderhoud

In de Alexanderpolder werd tussen 1991 en 1993 de Ringvaartplasbuurt Oost gebouwd, in de toen nog nieuwe Rotterdamse wijk Prinsenland. In opdracht van Stichting Volkswoningen - nu Woonstad Rotterdam - ontwierp Architectenbureau Mecanoo onder leiding van Francine Houben een model voor de nieuwe tuinstad. De speelse opzet, het vele groen en de gemeenschappelijke tuinen onderscheiden de buurt van alles wat er destijds gebouwd werd. Niet voor niets kregen de buurt én het architectenbureau veel (inter)nationale aandacht: bussen vol toeristen kwamen er in de jaren voor de eeuwwisseling. Hoewel de buurt ten onrechte wat in de vergetelheid raakte, is Woonstad Rotterdam nog steeds trots op dit hoogstandje van stedelijk ontwerp. Woonstad-bestuurder Maria Molenaar nodigde architect Francine Houben daarom uit om samen door de buurt te lopen. Wat waren haar motivaties destijds en wat is nu haar blik op de buurt?

Bijzonder- bezit- deel- II - tussentuin-ringvaartplasbuurt-maria

Maria en Francine ontmoeten elkaar in het kantoor van Woonstad Rotterdam aan de Prins Alexanderlaan, op een paar minuten van de Ringvaartplasbuurt-Oost. Nog voor de wandeling begint, start het gesprek. Over de noodzaak van groen in de buurt, het belang van goede woningen voor iedereen en bovenal over de grote misvatting dat sociale woningbouw niet mooi zou zijn. Francine: “‘Waarom ziet sociale woningbouw er altijd lelijk uit?’ dat vroeg iemand mij laatst. Dat is helemaal niet zo!” Maria zegt te willen aantonen dat dit niet klopt. “Ons recente project in de Oranjeboomstraat in Feijenoord is prachtig. Daarnaast hebben we heel mooie projecten uit het verleden, zoals de Kossel en Kiefhoek. Deze sociale woningbouw was indertijd qua opzet en architectuur zeer vooruitstrevend.”

"De opzet van de buurt weerspiegelt een grote sociale betrokkenheid"

Dat volkshuisvesting per definitie niet mooi is, is een grote misvatting, vinden de dames. De wandeling door de Ringvaartplasbuurt-Oost getuigt daarvan. Vooral gezinnen en jonge kinderen moesten hier een fijne thuisbasis vinden. De opzet van de buurt weerspiegelt een grote sociale betrokkenheid. Betrokkenheid bij goede volkshuisvesting, duurzaamheid, groene buitenruimte en sociale binding binnen de buurt. Het zijn stuk voor stuk kwaliteiten die Woonstad Rotterdam graag onderstreept en versterkt.

Bijzonder-bezit- deel- II - P Klapwijkstraat - Maria en Francien

De nieuwe tuinstad van Mecanoo

Maria: “Francine, ik ben benieuwd hoe je nu - 30 jaar later - tegen deze buurt aankijkt. Vind je het nog steeds mooi? Hoe reflecteert het ontwerp de tijdsgeest?”

Francine: “Wij wilden hier een nieuw type tuinstad maken, dus de tuinen én de gemeenschappelijke buitenruimten speelden in die opzet de hoofdrol. Ter vergelijking: in de wijk er direct naast werd alles uit verkaveld. Wij reserveerden ruimte voor gedeelde tuinen en groene zones achter de huizen. Het grappige is dat duurzaamheid nog geen issue was, niet zoals nu, maar wij kregen de allereerste duurzaamheidsprijs uitgereikt voor deze wijk.”

Maria: “Stedenbouwkundig is de opzet uniek, met de mix van laagbouw en hoogbouw en de dansende huizen met woonpaden ertussen. Tegelijkertijd was daar ook kritiek op, hoe vond je dat?”

Francine: “Het is inderdaad lastig geweest om dit voor elkaar te krijgen. Vanuit Stadsontwikkeling was er een rigide visie op hoe de woningen ten opzichte van het water moesten komen te staan. Wij wilden daarin variatie brengen: de een woont aan de plas, de ander heeft weer een andere kwaliteit. Maar dat was een strijd.”

Maria: “Het is toch mooi gelukt! Hoe kreeg je zo ver?”

Francine: “Volhouden. En we hebben de rij huizen aan de Jacques Dutilhweg recht gemaakt, daarachter mochten de huizen dansen.”

We houden halt bij Het Schip: een woongebouw met grondgebonden woningen, maisonnettes en appartementen. Francine: “‘Flat’ vonden we niet leuk. ‘Schip’, dat moest het worden.” Francine vertelt hoe ze de kenmerken van een schip in de architectuur verwerkte, met een speelse galerij waarvan bewoners onderling toegang hadden tot verschillende verdiepingen. En met relingen bestaande uit stevige houten balken waarop je kunt leunen. “We wilden iets maken dat leuk is. Het staat er nog goed bij, wou ik zeggen. Jullie onderhouden het blijkbaar goed.”

Maria: “Dat doen we sowieso Francine, als je iets moois hebt dan moet je dat goed onderhouden.”

Bijzonder-bezit-deel-II-gebouw-t-schip-ringvaartplasbuurt
Het Schip

Mooie buurt doet minder snel verhuizen

Maria: “Het Schip heeft karakteristieken van een galerijflat, maar is veel speelser. Dat geldt ook voor de rest van de buurt, door de opstelling en het gebruik van kleur. Hoe kwamen jullie daartoe?”

Francine: “Ik weet dat nog heel goed, want mijn oudste dochter was net geboren, in 1989. Ze was twee weken oud toen ik hierover in gesprek raakte met de Stichting Volkswoningen, een rechtsvoorganger van Woonstad Rotterdam. Ik stelde voor om eerst een goed stedenbouwkundig plan te maken, en daarna verder te zien. Het was echt uniek wat we hier deden. Het leuke is dat we over het geheel konden nadenken, omdat we vanuit één architectenbureau werkten en alles ook met één aannemer is gebouwd. We konden daardoor een heel hoge kwaliteit maken, ook in de openbare ruimte. Tegenwoordig wordt er vaak binnen één project met diverse bureaus gewerkt, omwille van de diversiteit. Ik vind dat wat geforceerd, je kunt ook binnen één bureau verschillende dingen doen en laten zien.”

Maria: “Die kwaliteit zie je terug. Schoonheid van de leefomgeving doet wat met mensen, daar ben ik van overtuigd. Er wordt meer van genoten en beter voor gezorgd. We merken dat ook aan de gemiddeld lage mutatiegraad, mensen verhuizen hier niet snel.”

Francine Houben:
“Het was echt uniek wat we hier deden”

We lopen verder, tussen de ‘dansende’ huizen en ‘verspringende’ paden door en tot aan de Ringvaartplas. Maria: “Zijn dit de plasrandwoningen? Ze doen me qua vorm denken aan drive-in woningen.” Francine: “Ja, die hebben we zo gemaakt dat je je bedrijf of kantoor aan huis kon hebben. De woonkamer een eetkeuken zijn op de eerste verdieping gesitueerd. Ik laat je ook even de balkonnetjes zien. Ze zijn klein en zo geplaatst dat je naar de buren kan overstappen bij een eventuele brand. Zullen we nu naar de tuinen lopen?”

Bijzonder- bezit- deel- II - Clazina Kouwenbergzoom-achterzijde
Achterzijde Clazina Kouwenbergzoom

Het belang van buitenruimte en beheer

Maria: “Hoe kwam je op het idee voor de thematuinen?”

Francine: “Bij een nieuwe tuinstad hoorde veel groen. Daarnaast vonden we het collectieve aspect belangrijk, daar reserveerden we dus ruimte voor met de thematuinen. Kijk, dit is de Engelse tuin. Ik had hier een slingerend pad bedacht, geïnspireerd op mijn jeugd in Limburg. Als kind weet ik nog hoe over heuvels heen fietste. Toen ik er later ging kijken bleek het maar een niveauverschil van een meter. Als kind ervaar je dat dus intenser. Kinderen ontwikkelen hun zintuigen als ze klein zijn. Ik wilde dat ze in de thematuinen andere geluiden hoorden, andere materialen voelden, andere bomen zagen en de seizoenen hier echt konden ervaren.”

Maria: “Waarom vond je dat belangrijk?”

Francine, lachend: “Ik ben zelf eigenlijk altijd een kind gebleven. Kijk, we zijn nu in de Hollandse tuin. Hier hadden we boerenhekken neergezet, voor kinderen om op te klimmen. Dat vonden we veel leuker dan de standaard wipkip. Er stonden hier ook kunststof koeien, het was opgezet als een Hollands weiland. En dit zijn eigenlijk knotwilgen, die hoor je te knotten. Maar dat gebeurt blijkbaar niet en dan is het net onkruid. Daarom is een onderhoudsplan zo belangrijk. Wij hebben destijds een nieuw concept bedacht voor het beheer van de buitenruimte. Dat was effectief en voor een laag budget. Ik weet niet hoe het nu onderhouden wordt?”

Maria: “In principe beheren wij de openbare ruimte niet, dat doet de gemeente. En die wisselt om de zoveel jaar van beleid.”

Francine Houben:
“Dit ziet er niet onderhouden uit, ik wil bijna met mijn schoffel komen”

We zijn inmiddels in de Franse tuin aangekomen.
Francine: “Kijk, dit was de jeux des boules baan. Als je die niet onderhoud dan krijg je dit. Dit ziet er gewoon niet onderhouden uit. Ik wil bijna met mijn schoffel komen.” Francine plukt wat grassprieten weg en vervolgt: “Ik heb alle tuinsteden bezocht in mijn onderzoek om de moderne tuinstad te ontwerpen. We maakten hier, langs de wandelpaden, collectieve groene strips, voor buurtbewoners om samen invulling aan te geven. Dat gezamenlijke lijkt nu wat verwaterd. Dat is jammer, want het is belangrijk in de woningbouw, nadenken over het collectieve aspect. Ik vind dat een grote opgave voor de toekomst, de vraag wat je met elkaar bent.”

Bijzonder- bezit- deel- II - Franse tussentuin- ringvaartplasbuurt-maria-en-francien
Franse tussentuin

Maria: “Ik hoor het ook in veel andere wijken, dat er vroeger meer verbondenheid was. Wijken zijn diverser, mensen spreken elkaar minder. Daardoor begrijp je elkaar minder goed. Daarbij zijn veel maatschappelijke ruimtes wegbezuinigd, zoals buurthuizen, bibliotheken en zelfs parken. Het is ook ons dilemma als Woonstad Rotterdam. Je kunt een wijk tiptop maken, maar een wijk die er in onderhoud en sociaal slechter aan toe is, heeft die investering harder nodig. Het is dus schipperen tussen iets perfectioneren, of goed genoeg maken en een andere wijk op orde krijgen. Dit is hoe dan ook een fantastische wijk, Francine.”

Francine: “Ik vind het heel leuk om weer te zien. Ik wil best een verhaal houden voor de bewoners, over hoe we het groen destijds hebben bedacht. Mensen zijn er tenslotte trots op als er een mooi verhaal is over hun wijk!”

Woonstad op je startscherm
Wil je de volgende keer gelijk ingelogd zijn? Installeer de app.