Het is een zonnige dag in maart. Op het strand van de Zevenhuizerplas zijn al kinderen met emmertjes en schepjes in de weer. Hardlopers rennen over de boulevard. ‘Met dit mooie weer maken we vaak een wandeling langs de plas’, zegt Frans. ‘Dan gaan we op de boulevard op een bankje in het zonnetje zitten.’
Ze kunnen hun geluk niet op in hun nieuwe huis. ‘We hebben vier appartementen bezichtigd’, vertelt Nel. ‘Deze wilden we het liefst: het is wat ruimer dan de andere appartementen die we hebben bekeken, en we hebben niet de hele dag de zon. Dat vinden we wel prettig.’
‘We zijn begonnen in de Rembrandtstraat in het Oude Noorden’, vertelt Frans. ‘Na ons trouwen konden we daar een ‘huisje onder de huurwaarde’ krijgen – zo heette dat toen, meer dan vijftig jaar geleden. Kostte maar 49 gulden per maand.’ Het stel schoof door naar de Brussestraat en toen naar Prinsenland. ‘Dat werd toen verhuurd door de Nieuwe Unie, de voorloper van Woonstad Rotterdam’, zegt Frans.
Ruim 35 jaar woonden ze aan de Pieter Klapwijkstraat. ‘Daar hadden we een mooie eengezinswoning met een tuin’, zegt Nel. ‘Het was een project van architectenbureau Mecanoo, met prachtige Franse, Engelse en Japanse tuinen tussen de woonblokken. Er kwamen vaak toeristen naar onze buurt. Bussen vol Japanners en Chinezen, ze keken hun ogen uit. Zo bijzonder was het.’

