Halverwege het interview komt ter sprake of digitale techniek alle bewoners kan laten meedoen en meebeslissen: digitale participatie. ¨Daar ben ik van overtuigd. Ik geloof niet dat de samenleving is verdeeld in digitaal-vaardigen en digibeten,¨ zegt Mohamed stellig, ¨het zijn de digitale middelen die vaak niet gebruiksvriendelijk zijn. Kijk maar naar mijn moeder. Zij komt uit een dorpje in het Marokkaanse Rifgebergte en heeft weinig opleiding. Maar ze gebruikt wel een iPad en een iPhone, omdat die zo zijn ingericht dat ze die begrijpt. Dat is servicedesign: denk goed na hoe mensen digitale tools gebruiken en maak het vooral niet te ingewikkeld.¨
Dit voorbeeld tekent Mohamed ten voeten uit: een ingenieur (hij studeerde Civiele Techniek in Delft) met naast technische interesse een groot hart voor mens en maatschappij. Hij begon zijn loopbaan als consultant, werkte tien jaar bij Post NL en stapte daarna over naar de publieke sector. ¨De publieke zaak heeft me altijd getrokken.¨ Na een loopbaan bij de politie werd hij algemeen directeur Publiekszaken bij de gemeente Den Haag. In beide functies zocht hij nadrukkelijk de verbinding met de samenleving. ¨Ik ging de Haagse wijken in, want ik wil feeling hebben met de mensen waar ik het voor doe. Bij de politie hield ik me bezig met onderwerpen als radicalisering, etnisch profileren en polarisatie; razend ingewikkeld, maar erg interessant. Voor de gemeente zocht ik in de wijken naar vernieuwende partnerships, zoals `Het Haagse Verhaal´: met foto's en verhalen probeerden we inwoners van wijken met elkaar in verbinding te brengen. Als je elkaar beter leert kennen, dan begrijp je elkaar veel beter."




