Direct Regelen

Vragen

Aanbod

Artikelen

Informatie & regelen

Over woonstad

landingpages-title

Populair

We konden helaas geen resultaten vinden voor '{{query}}'

Zoektips

  • Controleer de spelling
  • Kies een ander zoekwoord
  • Type in losse woorden 

Een goede toekomst voor de historische filtergebouwen

10 juli 2019

De situatie in en om de Filtergebouwen was een tijd lang onprettig. Woonstad werkt er nu samen met de gemeente Rotterdam en het Centrum voor Dienstverlening (CVD) hard aan om het wonen in de bijzondere gebouwen weer aangenaam en beheersbaar te maken. Dit proces is vol in gang, maar de resultaten zijn al duidelijk merkbaar.

Het complex heeft een historische achtergrond: de oorspronkelijke filtergebouwen waren onderdeel van een zuiveringsinstallatie voor drinkwater en stammen uit 1929 en 1950. In de jaren ’80 werd het complex tot woningen getransformeerd. Omdat een van de twee gebouwen een atrium heeft dat vol planten staat, wordt dat in de volksmond ‘het plantengebouw’ genoemd.

Martijn Kok, projectleider wijken bij Woonstad, zag de eerste keer dat hij bij de Filtergebouwen kwam direct de charme van het bijzondere complex. Maar hij wist ook dat er veel werk te verzetten was; er was sprake van een leefbaarheidsprobleem dat ervoor zorgde dat bewoners zich niet veilig voelden. Maatregelen werden getroffen, waaronder tweevan overlast gevende bewoners. Kok: “Dat is niet iets waar we trots op zijn. Zo’n uitplaatsing is echt het laatste middel dat we inzetten in zo’n geval. Als ik hoorde wat een akelige dingen zich hier soms afspeelden; agressie, dealen, intimideren, deuren die ingetrapt werden, mensen die laveloos op de trap aangetroffen werden. Het waren mensen met heel zware problemen die een wissel op de omgeving trokken en daar ook geen hulp voor wilden accepteren. Het heeft veel rust opgeleverd dat die hier nu niet meer wonen.”

Filtergebouwen

Wisselende dynamiek

De sterke inzet van sociaal beheer maakt een groot verschil in de leefbaarheid. Huismeester Eric Buitenhuis heeft een kantoor in een prachtige ruimte in het complex. Met ramen rondom overziet hij van achter zijn bureau een groot deel van de omgeving. Hoewel het werkgebied van de wijk de Esch loopt van de Drinkwaterweg tot aan de Herman Bavinckstraat, probeert hij zo veel mogelijk in de Filtergebouwen te zijn. Buitenhuis: “Wat voor de Filtergebouwen uniek is aan het werk, is dat ik me hier niet alleen bezighoud met schoon, heel en veilig, maar ook met het beperken van overlast. In die zin kom ik hier dus ook achter de voordeur.”

Alle woningen in het complex zijn studioappartementen. Dat betekent dat bijna alle bewoners alleen wonen, wat een eigen dynamiek oplevert. Buitenhuis: “Sommigen wonen hier al dertig jaar, anderen zijn binnen een half jaar weer weg. De sociale omgang onder bewoners verschilt per gebouw. In het deel uit 1950 is het wat geslotener en zijn mensen meer op zichzelf, in het plantengebouw is het wat opener. Dat komt ook door die binnentuin, die geeft gelegenheid om elkaar te ontmoeten.”

Wat voor de Filtergebouwen uniek is aan het werk, is dat ik me hier niet alleen bezighoud met schoon, heel en veilig, maar ook met het beperken van overlast. In die zin kom ik hier dus ook achter de voordeur.

Rugzakfiguren

De reacties van de bewoners op de aangekondigde samenwerking met het CVD waren wisselend. Buitenhuis: “Ze hebben al veel meegemaakt hier, dus moeten ook maar weer zien wat dit gaat brengen. ‘Komt er hier weer een stel gekken wonen, van die rugzakfiguren’ hoor je dan. Ik begrijp dat heel goed, maar leg ook uit dat dit echt een ander verhaal is.” Ook Martijn Kok geeft aan dat het toevoegen van het begeleid wonen niet een probleem maar een oplossing is: “Het zorgt ervoor dat er beter gestuurd wordt op instroom van bewoners. Deze bewoners zitten in een netwerk en hebben dus ook een vangnet. Als blijkt dat ze niet goed functioneren op deze plek zullen ze ergens anders heen gaan. Die boodschap wil ik heel graag helder hebben.”

Eigenlijk gaat het al best goed namelijk. Het zou natuurlijk heel fijn zijn als je uiteindelijk van de bewoners hoort dat ze hier meer ontspannen wonen en het meer naar hun zin hebben.

Levendigheid

Zowel Kok als Buitenhuis zijn optimistisch over de gang van zaken, al zijn er altijd nog dingen die beter kunnen. Grote uitdaging is het vertrouwen van de bewoners winnen en in stand houden. Buitenhuis: “De communicatie naar bewoners kan opener, duidelijker en vooral sneller. Soms kan het natuurlijk niet anders, maar ik vind persoonlijk dat we daar beter ons best op kunnen doen.” Kok hoopt dat het kantoor van het CVD wat levendigheid in het complex gaat brengen, maar verwacht verder geen grote veranderingen te zien in het komende jaar: “Eigenlijk gaat het al best goed namelijk. Het zou natuurlijk heel fijn zijn als je uiteindelijk van de bewoners hoort dat ze hier meer ontspannen wonen en het meer naar hun zin hebben.”

Woonstad werkt in een van de Filtergebouwen samen met het CVD. Dertig woningen in het complex gaan plaats bieden aan mensen die in de laatste fase van een traject voor begeleid wonen zitten. In het Filtergebouw komt ook een servicepunt van het CVD. Van daaruit worden deze bewoners begeleid, maar het krijgt daarnaast ook een inloopfunctie voor de wijk en de andere bewoners van het complex. In het andere gebouw van het complex, het ‘plantengebouw’, zal vanuit Stadswonen bemiddeld worden op de instroom. Naast deze extra sturing op instroom van bewoners, wordt de leefbaarheid verbeterd middels een aantal technische verbeteringen aan het complex, zowel aan de algemene ruimtes als in de woningen.

Begeleid wonen valt onder het convenant ‘Huisvesting Bijzondere Doelgroepen’, wat Woonstad ook heeft ondertekend. Of een locatie geschikt is voor kwetsbare Rotterdammers wordt door de gemeente getoetst. Woonstad draagt een locatie aan die geschikt kan zijn, maar het besluit wordt uiteindelijk door de wethouder genomen. Pas na het nemen van dat besluit wordt het met de wijkbewoners gedeeld. Martijn Kok: “Mensen zijn er niet tevreden mee dat ze zoiets pas horen als het al besloten is en dat snap ik. Aan de andere kant weet ik ook dat wanneer we tevoren aan de omgeving vragen of zij het goed vinden dat we kwetsbare Rotterdammers in hun wijk mogen huisvesten, we nergens terecht kunnen. Door dit systeem moeten we veel vertrouwen terugwinnen en laten zien dat we het goed met de omgeving voorhebben. Dat is soms lastig en tijdrovend.”